Alluring Hell

Plaats een reactie
Fotografie


De Japanse Nobuyoshi Araki fotografeert niet, maar verbeeldt obsessies. Foam biedt een interessant inkijkje in de geest van deze 74-jarige fotograaf met de overzichtsexpositie Photography for the Afterlife: Alluring Hell.

Araki startte zijn carrière vele decennia terug als fotograaf bij een persbureau. Naast zijn baan begon hij al snel met het maken van autonoom werk. Enorme hoeveelheden werk welteverstaan. Hij stelde in totaal zo’n 350 fotoboeken samen die elk werden gepubliceerd. Zijn grote productie, en de hiermee alom geoogste bewondering, leverden hem de reputatie van bekendste en belangrijkste Japanse fotograaf op.

Kenmerkend aan het werk van Araki is de bijna obsessieve behandeling van zijn onderwerp. Deze obsessie is prachtig vertaald in de tentoonstellingswijze. Telkens betreed je een nieuwe ruimte die – soms zelfs tot aan de nok toe – gevuld is met één concept; één idee en soms slechts één subject.

Het begon met Araki’s vrouw Yoko. Na hun ontmoeting begon de fotograaf hun leven samen, en haar in het bijzonder, vast te leggen. Op het bezetene af. Tot aan Yoko’s vroegtijdige dood in 1990 fotografeert hij elk moment: het huwelijk, de huwelijksreis, Yoko’s ziektebed en zelfs de begrafenis. Tot Araki’s grote spijt overlijdt Yoko precies voor de publicatie van het fotoboek over haar geliefde kat Chiro.

Dan breekt er iets in Araki. Hij stript zijn werk van alle vreugde, en begint – soms vrij letterlijk – de schaduwzijde van het leven vast te leggen. Seksueel provocerende vrouwen, bondage en opnieuw de kat van Yoko, die nu op zijn beurt het einde nadert. De keuze voor de tentoonstellingstitel laat zich dan ook moeiteloos raden.

Het werk van Araki is niet voor iedereen weggelegd. De een zal een getergd kunstenaar herkennen, terwijl de ander slechts kiekjes van een pervers mannetje ziet. Maar één ding is zeker, Araki verbeeldt zijn versie van de Japanse cultuur op onnavolgbare wijze.

Op zoek naar Vivian Maier

Plaats een reactie
Fotografie

In 2007 kocht John Maloof op een veiling in Chicago enkele dozen foto’s, negatieven en onontwikkelde filmrolletjes. Gewoon op de gok. In de dozen vond Maloof beelden van zijn stad zoals die er decennia terug uit had gezien. Levendig, mooi maar ook rauw, en gevuld met de meest uiteenlopende types. De fotograaf? Ene Vivian Maier.

Bij het veilinghuis had niemand van haar gehoord, en ook online was ze niet te vinden. Maar het werd al snel duidelijk dat deze foto’s uitzonderlijk waren, en dat het oeuvre van deze Vivian Maier vele malen groter was dan de paar dozen die Maloof had gekocht (uiteindelijk meer dan 120.000 negatieven). Maloof besloot het zijn missie te maken om de rest te verzamelen en uiteindelijk aan de wereld te tonen. Dit waren foto’s die het verdienden om gezien te worden.

Pas een paar jaar – en vele opgekochte dozen – later, kwam Maloof op het spoor van Vivian Maier. Toen hij voor de zoveelste keer haar naam googelde verscheen er opeens een overlijdensbericht in beeld. Vivian Maier was op 21 april 2009 op 83-jarige leeftijd overleden. Nabestaanden had ze niet. Het bericht in de krant bleek te zijn geplaatst door haar vroegere oppaskinderen. Dus Vivian Maier was een nanny geweest…

Met deze aanwijzing kon Maloofs zoektocht naar de vrouw achter de foto’s beginnen. Hij bezocht Maiers vroegere oppaskinderen en ontwarde zo langzaam haar levensgeschiedenis. Hij ontdekte dat Maier opgroeide in New York, op jonge leeftijd ook kort in Europa woonde en als twintiger begon te fotograferen. Rond deze tijd startte zij ook haar carrière als nanny. Maar boven alles was Vivian Maier een vrouw van de wereld. Ze las, ze reisde en was niet bang voor de duistere zijde van het leven. Ze ging met haar camera vaak ongure buurten in, regelmatig ook vergezeld door haar oppaskinderen.

Beetje bij beetje ontdekte Maloof dat Vivian Maier een vrije geest was, die telkens kort deel uitmaakte van vreemde gezinnen. Zelf bleef ze altijd alleen. In de meest strikte zin van het woord. Want hoewel Maloof in zijn zoektocht vele gezinnen bezocht, beweerde geen enkel persoon Vivian Maier écht te kennen. Zij was uiteindelijk niet meer dan een voyeur die tijdelijk opging in haar omgeving, om vervolgens de meest prachtige foto’s te maken.

Maloof maakte van zijn zoektocht naar Vivian Maier en haar oeuvre een intrigerende documentaire met de titel Finding Vivian Maier. Deze werd in Nederland uitgezonden door Close up en kan via de website van de NPO worden bekeken. Wil je de foto’s liever in het echt zien? Bij FOAM wordt een kleine selectie getoond uit het gigantische archief van Vivian Maier, Maar ga bij voorkeur doordeweeks of ’s weekends vroeg in de ochtend. Er zijn wachtrijen…

Vivian Maier, Street Photographer in FOAM Amsterdam t/m 1 februari 2015

You will meet a tall dark stranger

Plaats een reactie
Fotografie

Hij stond op een kunstmarkt in het überhippe Kreuzberg (een populaire wijk in Berlijn). Lang, een beetje exotisch en in een elegante zwarte jas. Voor hem op het kraampje lag bijna zijn hele foto-archief. Tenminste, wat daar van over was.

Sinds een paar jaar woonde hij in Berlijn. Aan zijn accent te horen was hij oorspronkelijk Franstalig. Hij wist dat ik zijn foto’s mooi zou vinden, zei hij. Zo zag ik er nou eenmaal uit, met mijn rode muts  en een analoge camera om mijn nek. Hij vroeg wat voor rolletje er in zat. Zelf fotografeerde hij altijd met een oude Zeiss Ikon. Alleen werd zijn favoriete film sinds kort niet meer geproduceerd. Ook via via was er moeilijk aan te komen, dus nu moest hij zich behelpen met andere merken. De afdrukken maakte hij zelf, met de printer van een vriend.

De meeste van zijn foto’s waren een paar jaar oud, genomen tijdens een reis door Oekraïne. Ze zagen er uit alsof ze minstens veertig jaar oud waren. Alsof de tijd daar stil had gestaan. Dat was ook zo, zei hij. De regering had geen geld voor renovaties, waardoor alles hetzelfde bleef. Behalve de mensen. De felgekleurde foto’s daarentegen waren gloednieuw. Een week terug genomen in Berlijn; op straat of in de metro.

‘Maar waar zijn de foto’s die je in de tussentijd hebt gemaakt dan?’, vroeg ik. ‘Verdwenen’, zei hij en vertelde zijn verhaal. Niet lang nadat hij was aangekomen in Berlijn werd hij opgeslokt door de partyscene. Hij fotografeerde nog wel eens, maar het was duidelijk dat zijn werk anders was dan vroeger. Veel van de foto’s die hij maakte gingen verloren, net als zijn camera uiteindelijk. Door de drugs gebaarde hij, en zette een denkbeeldige spuit in zijn arm.

Zonde, want zijn foto’s waren prachtig. Ik kocht twee van zijn afdrukken voor een luttele vier euro. Op de achterzijde stond zijn naam gestempeld, François-Xavier Sarrazin, en hij drukte me op het hart om hem te googelen. En dat deed ik. Ik vond enkele van zijn oude foto’s, een afbeelding van het kraakpand waar hij in Berlijn had gewoond en zijn bloedgroep (O+). Een keiharde confrontatie met de keerzijde die het kunstenaarschap kan hebben.

365 dagen eten

Plaats een reactie
Beeldende Kunst

Het regende pijpenstelen op de NDSM-werf. Het was zondagmiddag en het zou nog minstens 20 minuten duren voordat de volgende pont arriveerde. Ik maakte rechtsomkeert en vluchtte snel Nieuw Dakota binnen. Het was alweer even geleden sinds ik daar voor het laatst was.

Terwijl ik in het halletje de regendruppels van me af probeerde te schudden gluurde ik vast wat naar binnen. Maar hè, wat was dat nou? Ik zag alleen maar stellingkasten. Rijen en rijen stellingkasten. Eenmaal binnen bleek ik midden in het Food Chain Project van de Israëlische kunstenaar Itamar Gilboa te staan. Een opvallend en kritisch werk over de wereldvoedselproblematiek, maar dan wel met een vette knipoog.

Over de periode van een jaar documenteerde Gilboa wat hij dagelijks at. Elk frietje en elke bol knoflook werd vastgelegd in een logboek. Na 365 dagen maakte hij de rekening op. In totaal had de kunstenaar 8000 producten verbruikt. Een hoeveelheid aan voedsel waar men op sommige plekken ter wereld alleen maar van kan dromen. Gilboa besefte zich dat ook, en besloot een kunstwerk aan deze tegenstelling te wijden. Geen gewoon werk, maar een installatie die daadwerkelijk impact zou kunnen hebben.

Van elk verbruikt product maakte Gilboa een sculptuur en plaatste het in een mini-supermarkt gemaakt van stellingkasten. Het resultaat is overweldigend. Bij Nieuw Dakota kon slechts een deel van Gilboa’s verzameling getoond worden en zelfs deze hoeveelheid stemt al tot nadenken over de consumptie van een enkel individu. Maar in het geval van Gilboa is zijn verbruik een goede zaak. Want van elk verkocht product uit de mini-supermarkt gaat 70% naar een nonprofit organisatie die wereldwijd de strijd tegen honger aan gaat.

Dus strijd mee! Word de trotse bezitter van een kunstwerk en verricht meteen een goede daad. Duur is het niet. Een trio van gipsen bitterballen is al verkrijgbaar voor 29 euro. Te koop in de galerie of in de online shop van Gilboa. Geen interesse in een eigen kunstwerk? Geen probleem, maar ga dan wel even langs bij Nieuw Dakota. De sculpturen zijn prachtig gedetailleerd en indrukwekkend in hun getal. Bovendien mag je ze aanraken! Met handschoentjes welteverstaan.

Itamar Gilboa, The Food Chain Project – Nieuw Dakota t/m 14 december 2014 

 

De typemachine

Plaats een reactie
Persoonlijk / Uncategorized

Rommelmarkten zijn mijn favoriete tijdverdrijf in het weekend. Zeker nu ik – in mijn zoektocht naar de perfecte kunstbaan – hier en daar een dubbeltje om moet draaien. De laatste maanden lijk ik dan ook een kleine verslaving voor de vlooienmarkt in de IJ-hallen ontwikkeld te hebben. Maar de beste vondsten doe je misschien toch wel buiten de Randstad…

In een weinig noemenswaardig dorpje in een uithoek van West-Brabant welteverstaan. Hier werd ten gunste van de plaatselijke kerk een grootse rommelmarkt gehouden. Om ook hun steentje bij te dragen hadden de dorpelingen de gehele inhoud van hun zolder /garage/tuinhuis ingepakt en naar het nabijgelegen wijkhuis gebracht. Enthousiaste vrijwilligers categoriseerden deze vervolgens voor de verkoop. Lees: zij construeerden enorme stapels van bij elkaar passende zooi en dumpten deze in alle hoeken en gaten van het eerder genoemde wijkhuis. Met resultaat. Het was één grote chaos van spullen en mensen. Want blijkbaar was deze rommelmarkt het evenement van het seizoen.

Om de bezoekers een weg te helpen vinden door de chaos, was er een omroeper ingeschakeld. Deze attendeerde het publiek op buitenkansjes die anders misschien onopgemerkt waren gebleven. Denk hierbij aan een katoenen zes-persoonstent met surfplank – voor eenieder die aanstaande zomer niet met het vliegtuig op vakantie zou gaan. Of een reeds opgetuigde kerstboom. Ja, praktisch zijn ze zeker daar in het dorp.

Maar hoewel het entertainment van de bovenste plank was, begon ik me op een gegeven moment toch zorgen te maken. Want was er enkel troep in dit gebouw? Zou er wel voldoende zuurstoftoevoer zijn? Ondanks deze hersenspinsels besloot ik mezelf bij elkaar te rapen en nog een laatste zijvleugel in te duiken. Daar, achter een stapel verstofte toetsenborden, zag ik opeens iets glinsteren in mijn favoriete kleur mintgroen Tussen alle afgedankte electronica stond een prachtige Remington typemachine uit de jaren 1960, zo goed als nieuw. Zelfs het lint deed het nog. De letters waren wat grijzig, maar dat mocht niet deren. Kostprijs: een luttele 10 euro. Wat een koopje!

Nu alleen nog terug naar Brabant voor een typelint. In de rest van Nederland wordt dat blijkbaar niet verkocht.

Mark Rothko

Plaats een reactie
Beeldende Kunst

Het was een langverwachte gebeurtenis: Mark Rothko in Den Haag. Eindelijk na 40 jaar, zo las de site van het Gemeentemuseum. Het publiek had duidelijk ook gewacht op dit moment. Zelfs nog enkele weken na de opening stond ik op een doordeweekse dag buiten op de stoep te wachten. In de regen.

Leuk voor het museum, die populariteit. Alleen soms wat nadelig voor de bezoekers zelf. Want het werk van Rothko bekijk je niet, dat beleef je. Eén op één. Maar zelfs deze kleine onvolkomenheid kon de pret niet drukken. Een paar maanden terug had ik namelijk voor het eerst oog in oog gestaan met een echte Rothko (↓), en keek uit naar een volgende ontmoeting.

In juni belandde ik in het Tate Modern in Londen per ongeluk in een zaaltje dat gevuld was met Rothko’s enorme doeken. De werken in kwestie waren de Seagram Murals, die de kunstenaar in een onbezonnen moment beloofde te maken voor het restaurant van het New Yorkse Four Seasons Hotel. Maar Rothko kreeg al snel spijt van de toezegging, en probeerde zijn kapitalistische bevlieging recht te breien door de schilderijen zo lelijk mogelijk te maken. Op zijn palet mengde hij vieze bruine kleuren die de eetlust van de restaurantbezoekers wel moest ontnemen. Gelukkig kreeg Rothko spoedig spijt, en besloot de gehele deal af te blazen. De reeds afgeronde werken gingen uiteindelijk de kunstgeschiedenis in onder de naam van de aanvankelijke thuisbasis: het Seagram-gebouw.

Dit verhaal nam mij bijzonder in voor de persoon achter de kunstenaar. Rothko bezat passie en hield er sterke overtuigingen op na; en zelfs wanneer hij iets lelijk probeerde te maken, was het nog steeds betoverend. Wat een man, wat een kunstenaar. Een betere reden kun je bijna niet bedenken om naar Den Haag te togen, waar ook enkele van de Seagram Murals worden getoond.

Als je zijn werk nog nooit in het echt hebt gezien zul je wellicht nog wat sceptisch zijn. Het gaat immers gewoon om grote kleurvlakken, toch? Nee dus. Rothko bouwde zijn schilderijen laag voor laag op. Hij mengde geen kleuren, maar construeerde deze gaandeweg in het proces. Hierdoor zijn de doeken dieper, helderder en duisterder dan je thuis of achter je laptop ooit zou kunnen vermoeden. Zijn kleuren zuigen je op en nemen je emoties over. Je ziet het werk niet meer, je voelt het alleen nog maar. Hoe lichter de kleurschakering hoe prettiger, hoe donkerder…

Mark Rothko zei ooit zelf dat zijn werk een spirituele lading bezat. Ikzelf ben niet bijzonder spiritueel aangelegd, maar als ik voor zijn doeken sta, begrijp ik wat hij daarmee bedoeld moet hebben. Dus ga naar het Gemeentemuseum en ervaar het zelf.

Mark Rothko – Gemeentemuseum Den Haag, tot en met 3 maart 2015

p.s. de afgebeelde werken zijn Mark Rothko’s mural no. 4 (1958) en no. 8 (1949).

El & Fritzzz

Plaats een reactie
Beeldende Kunst

 

Sinds een paar maanden loop ik regelmatig binnen bij het Utrechtse Spring. Hier krijgen creatieve ondernemers de kans om hun werk tegen schappelijke prijzen te verkopen. Voor een vaste huurprijs per maand krijgen zij een eigen plankje voor de presentatie van hun producten.

De winkel is altijd gevuld met mooie, unieke hebbedingen. Van sieraden en servies, tot lampen die niet alleen als lichtbron maar ook als terrarium fungeren. Mijn favoriet van het moment is de servieslijn van El & Fritzzz. De twee dames achter dit label, Eveline en Loes, leerden elkaar op het werk kennen en geven nu samen oud serviesgoed een nieuw uiterlijk. Hun inspiratiebron hiervoor is teckel Fritzzz, die niet toevallig op elk item staat afgebeeld.

Bij mij was het liefde op het eerste gezicht. Ik nam meteen twee bordjes mee naar huis met daarop de held van de servieslijn, Fritzzz, en een schattig konijntje. Alleen vind ik de bordjes zo mooi, dat ik ze nog niet heb durven gebruiken. Al zijn ze daar toch echt voor bedoeld – aldus de meneer van de winkel.

Spring – Voorstraat 16 te Utrecht, geopend van dinsdag t/m zondag.

Marlene Dumas

Plaats een reactie
Beeldende Kunst

Onlangs bezocht ik de overzichtstentoonstelling van Marlene Dumas in het Stedelijk Museum Amsterdam. Eerlijk gezegd ben ik nooit een grote fan geweest. Maar na alle aandacht in de media en mijn veranderende smaak (beginnende ouderdom ongetwijfeld), besloot ik een nieuwe poging te wagen.

Het bezoek beloofde in ieder geval al vroeg op de dag memorabel te worden. Nadat ik in Utrecht op de trein was gestapt, bekroop mij het gevoel dat ik iets was vergeten. Namelijk om het gas uit te zetten. Dus ter hoogte van Amstel snelde ik de wagon uit en sprong op de eerste trein terug. Eenmaal terug thuis bleek het vals alarm te zijn. Uiteraard. Maar beter neurotisch dan dakloos.

Ongeveer een uur later was ik dan toch eindelijk in het Stedelijk geraakt. Het spektakel kon beginnen! De halve bovenverdieping van het museum was vrijgemaakt voor het werk van Dumas. Onder het thema The image as burden werden hoogtepunten getoond uit haar oeuvre – dat zo’n veertig jaar bestrijkt.

De thematiek was divers, aldus het begeleidende pamflet. Maar het werk van Dumas was dat in visueel opzicht minder. Haar oeuvre kan gemakkelijk worden afgedaan als een verzameling van naakte lichamen en portretten. Uiteraard ga ik dan geheel voorbij aan de inhoud; aan de zware, en soms ook beladen, thema’s die Dumas in haar werk aansnijdt. Denk bijvoorbeeld aan haar verbeelding van misdadigers en prostituees. Maar juist doordat de donkere zijde van de samenleving telkens terugkeert in haar werk lijkt het soms een karikatuur van zichzelf te worden.

Ook haar stijl loopt dit gevaar. Vermoedelijk komt dit mede door Dumas’ werkwijze. Zij werkt namelijk vanuit de hedendaagse beeldcultuur, en veel van haar werken zijn gebaseerd op foto’s uit de media. Juist door deze vertolking van ‘objectieve’ beelden is het persoonlijke ver te zoeken. Want hoewel je de toets van Dumas van verre herkent, geldt dit ook voor de afwezigheid van de kunstenaar zelf in haar werk. Het is leeg, onpersoonlijk. Een portret dat Dumas schilderde van zangeres Amy Winehouse kan beschouwd worden als de apotheose van deze angst.

Maar het hangt natuurlijk van de toeschouwer af wat hij of zij ziet. En gezien de mate van faam die Marlene Dumas verworven heeft, behoort mijn mening vermoedelijk tot een niche. Dus waag eens een tripje naar het Stedelijk, en beslis zelf. Bij tegenvallende resultaten kan ik een aansluitend bezoek aan FOAM aanraden. Dit zal de gemoederen zeker sussen.

Marlene Dumas, The image as burden – te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam t/m 4 januari 2015.

Kastanjes rapen

Plaats een reactie
Fotografie / Persoonlijk

Het is weer herfst. Eindelijk! De tijd van dwarrelende blaadjes, prachtige kleuren, glimmende kastanjes en natuurlijk veel regen. Sommige mensen schijnen hier wat melancholisch van te worden. Maar ik niet. De herfst is zonder twijfel mijn favoriete seizoen. Alles ziet er zoveel mooier uit! Gewoon steeds een paraplu mee naar buiten nemen, en dan komt het wel goed.

Maar de beste plek om van alle herfstpracht te genieten is natuurlijk het bos. Dus daar ging ik heen. Met een camera in mijn tas uiteraard. Ik besloot een analoog exemplaar mee te nemen, en eens te kijken hoe je die ook alweer precies instelt. Gelukkig scheen het zonnetje die dag, want snelheid zit er nog niet bepaald in. Ik stond urenlang te klungelen met twee camera’s en een lichtmeter om mijn nek, terwijl alles steeds tegen elkaar knalde. Niet handig. Het was maar goed dat ik mijn statief thuis had gelaten, anders was ik nooit levend het bos uit gekomen.

Desondanks was het geweldig. Ik hervond al snel mijn skills met de lichtmeter en maakte de ene na de andere foto. Aan het einde van de middag was het rolletje bijna vol. Maar nog niet helemaal dus. Dat werd nog even wachten totdat ik de foto’s kon laten ontwikkelen. Maar nu zijn ze er eindelijk, en ik ben niet ontevreden. Nog even oefenen en wie weet wat voor moois er dan uit komt…

BredaPhoto

Plaats een reactie
Fotografie

Deze herfst is het weer tijd voor BredaPhoto. Elke twee jaar strijkt dit festival neer in het Brabantse Breda. Dit jaar onder het motto Songs from the heart.

De titel van deze editie ademt het thema: authenticiteit met een vleugje romantiek. En als ik zeg romantiek, dan heb ik het niet over rozengeur en maneschijn. Maar over de 19e eeuwse stroming waarbij het gevoelsleven het favoriete onderwerp van kunstenaars alsook de intellectuele elite werd. Uiteraard – anno 2014 – met een hedendaagse twist. Denk: persoonlijke en ingetogen verhalen alsook een fascinatie voor de natuur. En dit in een hedendaagse, herkenbare beeldtaal.

Verspreid door het stadscentrum van Breda zijn meerdere festivallocaties ingericht, waaronder een popup-restaurant met fotoboekwinkel. Op het naastgelegen Chasséveld kun je in de buitenlucht een complete fototentoonstelling bewonderen. Werk van de meest uiteenlopende fotografen is hier op groot formaat te bewonderen. De meeste van hen zijn relatief jong, en beginnen net internationaal naam te maken. Een uitgelezen kans om opkomend talent te spotten dus.

Ook de musea nemen deel aan het festival. Zo toont het MOTI werk van Todd Hido – die toevallig onlangs een prominente plek in nam op Unseen – en is er in het Breda’s Museum onder het motto ‘van jong talent tot internationaal erkend’ werk van diverse fotografen te bewonderen. En vergeet niet een bezoekje aan de museumbinnenplaats te brengen. Hier is een mini-expositie van Chinese waarzeggers in hun natuurlijke habitat, en dit op ware grootte.

O ja, en er was een ganzenparade. Geheel in 19e eeuwse stijl.

BredaPhoto – International Photo Festival, tot en met 26 oktober te Breda.